Hoe richt ik een batterij laadstation in?
 

Het inrichten van een batterijlaadstation moet aan heel wat ige aandacht, dat aan heel wat wetten en regels onderhevig is. Zeker zo belangrijk zijn de drie traditionele factoren: orde, reinheid en regelmaat. Want wie zijn zaken goed voor elkaar heeft kan de totale operationele kosten aanzienlijk verlagen.


 

Richtlijn
In Nederland kennen we de praktijkrichtlijn ‘Veilig werken bij het laden van tractiebatterijen’ (NPR 3299), die in 2003 is geïntroduceerd. Deze richtlijn bundelt de regels en normen uit onder andere de NEN 1010 en de NEN 3140, en geeft aanwijzingen hoe er in de praktijk met verschillende regelgevingen en normen kan worden omgegaan. De NPR 3299 is een leidraad voor het inrichten van laadruimten en laadplekken, en beschrijft onder meer een methode voor risico-inventarisatie en –evaluatie. De praktijkrichtlijn adviseert ook als het gaat om concreet te nemen maatregelen. (NEN normalisatie instituut)

Normen en regels
Maar er zijn nog veel meer regels en normen. Het is verstandig om de batterijen op een lastdrager te plaatsen, die beluchting van onderen mogelijk maakt. Daarnaast zal er voldoende afzuiging aanwezig moeten zijn. Tijdens het laadproces komen, zoals gezegd, waterstofdampen vrij. Die dampen mogen nooit worden aangezogen door een lader. Vandaar dat de wet een afstand tussen lader en batterij aanhoudt van minimaal één meter, tenzij een mechanische afzuiging is voorgeschreven. Zeker als het gaat over de benodigde afzuiging is het verstandig om tijdig een expert in te schakelen. Door zo’n specialist in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken bij het inrichten van een laadstation kan veel geld worden bespaard.

Milieu, arbo en veiligheid
De regelgeving dient onder andere ter bescherming van het milieu. Daarbij gaat het vooral om het elektrolyt, waarmee de tractiebatterijen zijn gevuld. Elektrolyt is een stof die de bodem sterk kan verontreinigen. De wetgever verplicht bij de minste kans op bodemverontreiniging maatregelen te treffen, bijvoorbeeld door het aanbrengen van een zuurvloeistofdichte vloer. Tevens is de NPR 3299 er voor de veiligheid en de arbeidsomstandigheden. Samen met de Arbowet leidt dit tot talloze verplichtingen en adviezen. Zo wordt er bijvoorbeeld geadviseerd een gasdetector op te nemen in het ventilatie- en beveiligingssysteem.

Ontploffingsgevoelig
Een detector kan een mechanisch ventilatiesysteem inschakelen als er een te hoge concentratie waterstof aanwezig is in de laadruimte. Indien waterstof in aanraking komt met zuurstof kan het uiterst ontploffingsgevoelige knalgas ontstaan. Slechts een kleine concentratie waterstof (4 volumeprocenten) kan - in combinatie met een ontstekingsenergie van slechts 0,019 Joule (een lasvonk, elektrische installaties of hete oppervlakten) - al catastrofale gevolgen hebben

Voorkom een ongeval
Naast de genoemde, bouwtechnische eisen gelden verschillende organisatorische eisen, die net zo belangrijk zijn. Vanwege de kans op knalgas, is het verboden om in een laadruimte te roken, lassen of slijpen. Tevens dient de ruimte voldoende te zijn gemarkeerd en moeten de gebruiksaanwijzingen van de laders duidelijk zichtbaar zijn. Voor het geval er toch iets fout gaat, dient daarnaast minimaal een oogdouche binnen handbereik te zijn. Ook veiligheidsbrillen, handschoenen, een schort en een brandblusser mogen niet ontbreken.

 

vd KREEFT bv - Veldwade 18 - 3439 LE NIEUWEGEIN - 030 2805550 - info@heftruck.com